Waarom we graag kaarsen aansteken (en niet alleen in de winter)

Het is weer de tijd van de advent, een traditie in december waarbij vier weken lang elke zondag een kaars wordt aangestoken. Deze vier kaarsen symboliseren allemaal een andere gedachte, en door ze aan te steken gunnen we onszelf een moment van zelfreflectie. Maar kaarsen worden al eeuwenlang over de hele wereld gebruikt, waarbij het licht zowel voor praktische als voor spirituele doeleinden wordt gebruikt.
 

Tel af tot de kerstdagen

Het concept van de Adventskaarsen ontstond in de negentiende eeuw in Duitsland. Deze kaarsen waren oorspronkelijk wit en hoorden bij een kerstkrans, waarbij elke kaars een heilige betekenis had die verband houdt met kerst. De eerste kaars stond voor hoop, de tweede als een symbool van vreugde, de derde voor liefde en de vierde was de wens om vrede. Vandaag de dag wordt deze traditie nog steeds in ere gehouden door met zijn allen te reflecteren op deze belangrijke thema’s. Al is dit tegenwoordig meer een culturele dan een religieuze handeling.

Kaarsen zorgen voor verlichting

Voor de uitvinding van elektriciteit, zorgden kaarsen voor licht nadat de zon was ondergegaan. En in een tijd waarin er nog geen klokken bestonden, lieten kaarsen zelfs zien hoe laat het was. Vandaag de dag worden ze meestal gebruikt om een gezellige sfeer te creëren, maar ze zijn ook een figuurlijke manier om door meditatie licht en begrip te creëren. Het flikkeren van de kaars wordt ook vaak gezien als metafoor voor de ziel. Ernaar kijken is bijna hypnotisch en kan een gevoel van innerlijke vrede oproepen. Als je je verloren of niet geaard voelt, kun je een kaars opsteken om de weg naar je ware gevoelens te verlichten.

Zoals het kaarsje thuis brandt... 

In de koloniale tijd begonnen mensen kaarsen in de vensterbank te zetten, om aan te geven dat vermoeide reizigers welkom waren. Omdat de bevolking zo verspreid was, werden kaarsen neergezet zodat het licht van ver kon worden gezien en mensen in het donker naar hun bestemming werden geleid. Wanneer een familielid van huis was, stak de rest van de familie kaarsen aan als een gebaar van liefde en als wens voor een veilige terugkeer. Ook in deze tijd is dit niet ongewoon, aangezien mensen in december nog steeds kaarsen in de vensterbank zetten om het huis gezellig en uitnodigend te maken voor kerst.

Of je nou een kaars aansteekt om iets gezelligs toe te voegen aan je interieur, voor religieuze doeleinden of alleen om een beetje romantiek toe te voegen, een ding blijft hetzelfde: je neemt deel aan een ritueel dat al sinds 200 v.Chr. wordt beoefend.